KLIM 58: Leer en Klim

Zekeren en de touwcommando's in woorden

Zekeren is het touw van de klimmer beheren. Hieronder staat wat een zekeraar doet, welke commando's er zijn en waarom ze zo heten. Het zekeren zelf leer je in de hal.

De vaste regel van KLIM 58

Inbinden, zekeren en vallen leer je in de klimhal, van een erkend instructeur. Deze cursus bereidt je daarop voor en vervangt die les niet. Klim nooit zelfstandig aan een touw zonder klimvaardigheidsbewijs of de instructie van de hal.

Wat de zekeraar doet

Zekeren is het touw van de klimmer beheren. De zekeraar haalt touw in als de klimmer klimt en houdt het touw als hij valt of wil hangen. Aan het eind laat de zekeraar de klimmer beheerst zakken. Het leven van je klimpartner ligt in jouw handen, zegt het cursusboekje letterlijk. Deze pagina beschrijft wat een zekeraar doet en waarom, zodat je in de hal begrijpt wat je instructeur je leert. De handelingen zelf leer je in de hal, zoals de manier waarop je handen het touw doorgeven. Daarbij staat er een back-up naast je: een tweede zekeraar als reserve.

Het remtouw en de remhand

Het touw loopt van de klimmer omhoog door het omlooppunt en weer omlaag naar het zekeringsapparaat aan de gordel van de zekeraar. Het stuk dat onder uit het apparaat komt heet het remtouw. De hand die het remtouw vasthoudt heet de remhand; voor rechtshandigen is dat meestal de rechterhand. De hoofdregel van het zekeren is dat er altijd minstens één hand het remtouw omklemt. Bij een tuberachtige is dat logisch: zonder hand geen rem. Bij een halfautomaat lijkt het blokkeren vanzelf te gaan. De bond is daar stellig over: ook daar is een remhand aan het touw een vereiste.

De remhand blijft altijd aan het touw, ook bij een halfautomaat. Alles in deze pagina hangt aan die ene zin.

Touw inhalen: niet te los en niet te strak

Geen touwlus

Als de klimmer omhooggaat haalt de zekeraar het touw in, in het tempo van de klimmer. De bond zegt het zo: de snelheid van de zekeraar bepaalt de snelheid van de klimmer, niet andersom. Blijft de zekeraar achter, dan ontstaat een touwlus: los touw tussen apparaat en klimmer. Valt de klimmer op dat moment, dan valt hij eerst die lus uit en komt daar het touwrek nog bij. Onder in een route kan hij zo de grond raken. Daarom zekert een zekeraar de eerste meters van een route strakker.

Niet te strak

Te strak is ook fout. Hangt het touw zo strak dat de klimmer eraan omhoog wordt getrokken, dan krijgt hij touwsteun en klimt hij niet op eigen kracht. In een overhang kan strak touw hem uit de wand trekken. De zekeraar past de speling dus aan de route aan. Onderin zekert hij strak, hoger in de route losser en in een overhang iets losser.

De manier waarop de handen het touw doorgeven zonder dat het remtouw ooit los is heet in de hal tunnelen. Hoe dat gaat leer je van je instructeur. Je weet nu al waarom het zo belangrijk is. Bij het overpakken van het touw ontstaan de loslaatmomenten, en juist dan valt een klimmer onverwacht.

De positie en de houding

Een zekeraar staat niet zomaar ergens. De bond noemt vier eisen. De zekeraar staat stabiel, zodat hij bij een val niet uit balans wordt getrokken. Hij staat op ongeveer een meter van de wand en een meter naast de vallijn. Zo kan de klimmer niet op hem vallen en staat hij toch dicht genoeg. Hij staat op een plek waar hij niemand hindert en waar geen ander touw over zijn touw loopt. En hij heeft de hele klim lang zicht op zijn klimmer.

Dat laatste is de kern. Een zekeraar die naar zijn klimmer kijkt ziet een val aankomen. Hij ziet ook wanneer de klimmer touw nodig heeft of wil hangen. In de ongevallen van de bond staat de zekeraar opvallend vaak te kletsen, kijkt hij de andere kant op of helpt hij een buurman. De zekeraar zorgt eerst voor zijn eigen klimmer. Zijn taak zit er pas op als die klimmer weer naast hem op de grond staat.

Oplettendheid weegt zwaarder dan het apparaat

Wat het onderzoek zegt

De internationale bergsportfederatie UIAA onderzocht het zekeren vanaf de grond, zoals in toprope. Het onderzoek laat zien dat twee dingen veel meer invloed hebben op de krachten bij een val dan het type apparaat. Het eerste is dat de zekeraar het apparaat kent en juist bedient. Het tweede is zijn oplettendheid, zijn reactie en zijn houding. Met andere woorden: niet het apparaat zekert, de zekeraar zekert.

Routine en de ervaren zekeraar

Opvallend genoeg zijn het volgens de bond niet de beginners die de fout in gaan, maar de meer ervaren zekeraars. Mensen zijn gewoontedieren en gaan handelingen na verloop van tijd op de automatische piloot doen. Ze zekeren met een grote touwlus of laten het touw tijdens het overpakken even los. Omdat het meestal goed gaat wordt die fout langzaam de norm. Op de pagina Veilig beginnen las je de vier oorzaken achter de ongevallen. Geen van de vier gaat over het materiaal.

De back-up in de cursus

In de cursus Indoor Toprope zeker je daarom in het begin nooit alleen. Een back-up zekeraar staat achter de zekeraar, houdt het touw met twee handen vast en kijkt naar de zekeraar, niet naar de klimmer. Valt de klimmer terwijl de zekeraar het touw niet goed heeft, dan houdt de back-up hem. Gaandeweg de lessen wordt de back-up afgebouwd. De toets laat zien dat je het zelfstandig beheerst.

De touwcommando’s

De touwcommando's als tabel in beeld: wie roept wat, wat het betekent en wat de ander doet, met klimmer en zekeraar als silhouet erbij

De woorden

Klimmer en zekeraar hebben maar een paar woorden nodig. Elk commando begint met de naam van degene voor wie het bedoeld is. Zo reageer je in een drukke hal niet op het commando van een ander. De bond gebruikt deze set:

WieCommandoBetekenisWat de ander doet
klimmerKan ik gaan?ik wil beginnende zekeraar antwoordt “Oké, ga maar” als hij klaarstaat
klimmerTouwik heb touw nodigde zekeraar geeft touw uit
klimmerBlokik wil in het touw hangende zekeraar haalt het touw strak en antwoordt “Blok oké, ga maar hangen”
klimmerLaat maar zakkenik wil naar benedende zekeraar antwoordt “Oké, ik laat je zakken” en laat beheerst zakken
zekeraarIk maak je losik stop met zekerenalleen als de klimmer op de grond staat en akkoord heeft gegeven
klimmerStandik sta zelfstandig gezekerdde zekeraar haalt het touw uit het apparaat; dit commando hoort bij buiten

In de cursus Indoor Voorklimmen komen er een paar bij. De klimmer roept bijvoorbeeld “Let op” als hij denkt te gaan vallen. De zekeraar roept “Voetfout” als hij een voetfout ziet. De precieze woorden spreek je met een nieuwe klimpartner vooraf door, want ze verschillen per hal en per taal.

Over Stand nog dit: in de hal hoor je dat woord niet. Wie het roept loopt het risico dat de zekeraar hem losmaakt. De pagina Etiquette in de hal komt erop terug.

Zien is belangrijker dan roepen

De bond zegt het zelf: een zekeraar die zijn klimmer goed in de gaten houdt heeft geen enkel touwcommando nodig. Zien en weten wat de ander doet is belangrijker dan incidentele commando’s. Daarom zoeken klimmer en zekeraar oogcontact voordat de klim begint en voordat de klimmer gaat hangen: zo weet je dat de ander je begrepen heeft. In een rumoerige hal werken ook vooraf afgesproken gebaren. Wie bang is om te gaan hangen zoekt eerst oogcontact met de zekeraar en gaat pas hangen als het touw voelbaar strak staat.

Gewichtsverschil, laten zakken en voorrang

Meer dan 30 procent

Een groot gewichtsverschil tussen klimmer en zekeraar is een gevaar, zegt de bond. Als grens geldt in het algemeen 30 procent. Is de klimmer meer dan 30 procent zwaarder dan de zekeraar, dan trekt een val de zekeraar uit balans of een stuk de lucht in. Met een tuberachtige wordt het dan moeilijk het touw vast te houden. De handkracht van de lichtere zekeraar is klein ten opzichte van de kracht die hij moet opvangen. Dat speelt het sterkst bij voorklimmen, maar ook bij toprope, waar maar één omlooppunt is en dus weinig wrijving in het systeem. Bij kinderen die elkaar zekeren is het verschil al snel te groot, en ook bij volwassenen komt het voor.

Bij een groter verschil zeker je elkaar niet, of je treft maatregelen. De bond noemt er een paar: oefenen in het houden van vallen, zekeren met een halfautomaat en de weerstand in de keten vergroten. Welke oplossing bij jullie past bepaal je met je instructeur.

Beheerst laten zakken

Als de klimmer boven is of eerder naar beneden wil, geeft hij dat aan met een commando of zichtbaar. Eerst trekt de zekeraar het touw strak. De klimmer gaat pas hangen als hij voelt dat het touw strak staat. Daarna laat de zekeraar hem in een gelijkmatig tempo en gecontroleerd zakken. Op elk moment moet een stop mogelijk zijn, bijvoorbeeld bij een setje dat de klimmer moet terughangen. Snel of schoksgewijs zakken geeft verbrande handen en dus ongelukken. Hoe de zekeraar het apparaat daarvoor bedient staat in de gebruiksaanwijzing en leer je van je instructeur.

De lagere klimmer heeft voorrang

Tijdens het zakken letten zekeraar en klimmer op anderen in de hal. De regel van de bond is helder: de lagere klimmer heeft voorrang boven de zakkende klimmer. Wie zakt kan wachten. Wie onder hem klimt kan niet opzij. En het apparaat gaat pas los na akkoord van de klimmer die op de grond staat.

Waarom de halfautomaat de eerste keus is en wat dat niet oplost

Sinds 2016 is de halfautomaat voor de bond de eerste keus bij het zekeren van een voorklimmer. De bond volgt daarin de grote Europese klim- en bergsportverenigingen. De reden staat in de ongevalscijfers. Bij het zekeren met een tuberachtige worden vaak overpakfouten gemaakt. Valt de klimmer op zo’n loslaatmoment, dan krijgt de zekeraar het touw vaak niet meer onder controle. Een halfautomaat blokkeert dan alsnog. Hij is daarmee een reserve voor het moment dat de zekeraar even niet oplet, struikelt of onwel wordt. Voor toprope is er geen algemene voorkeur. Halfautomaat en tuberachtige zijn daar gelijkwaardig.

Maar de bond waarschuwt in dezelfde adem. Een halfautomaat kan de zekeraar verleiden tot minder oplettend zekeren, zoals een auto met ABS de bestuurder verleidt tot meer risico. Veel ongevallen met halfautomaten komen door een combinatie van slordigheid en onbekendheid met de fouten die bij dat specifieke apparaat horen. In Nederland lijken er met de halfautomaat zelfs relatief vaker ongevallen te gebeuren dan in het buitenland. De conclusie van de bond: geen enkel zekeringsapparaat is een wondermiddel. Wat telt is oplettend zekeren, het apparaat volgens de gebruiksaanwijzing bedienen en de veelgemaakte fouten kennen.

Op de pagina Het materiaal las je over de acht en de HMS. Die zie je in de hal niet meer. De acht remt te weinig en de HMS is in de meeste hallen niet toegestaan. Je instructeur leert je zekeren met minimaal één halfautomaat en één tuberachtige, eerst met back-up. Na de cursus kies je het apparaat dat je het best past.

Wil je meer dan alleen deze pagina?

Deze pagina legt één onderdeel van de klimhal uit. De cursus Wegwijs in de klimhal legt alles uit in twaalf lessen, met 136 vragen met uitleg en een memokaart per les. Zo ken je de woorden, de regels en het waarom voordat je de hal in gaat.

Zestien sporten, dezelfde aanpak

Klik op een sport voor de regels, de techniek en de tactiek van die sport.