KLIM 58: Leer en Klim

De klimhal in het kort: manieren van klimmen en wie wie is

In een Nederlandse hal kom je drie manieren van klimmen tegen, plus een apparaat dat de vierde vormt. Hieronder staat wat elke manier is, wat je ziet als je binnenkomt en wie wie is.

De vaste regel van KLIM 58

Inbinden, zekeren en vallen leer je in de klimhal, van een erkend instructeur. Deze cursus bereidt je daarop voor en vervangt die les niet. Klim nooit zelfstandig aan een touw zonder klimvaardigheidsbewijs of de instructie van de hal.

Vier manieren van klimmen

In een Nederlandse hal kom je drie manieren van klimmen tegen, plus een apparaat dat de vierde vormt. De bond beschrijft ze alle vier en in de hal hoor je de woorden de hele dag.

Toprope

Bij toprope, in het Nederlands touw van boven, hangt het touw al in de route. Het loopt van beneden omhoog door een omlooppunt boven in de wand en weer naar beneden. De klimmer zit aan het ene uiteinde. De zekeraar staat op de grond met het andere uiteinde in een zekeringsapparaat. Terwijl de klimmer omhoog gaat, haalt de zekeraar het touw in en houdt het strak. Boven gaat de klimmer in het touw hangen en laat de zekeraar hem zakken. Toprope is in veel Nederlandse en Belgische hallen de meest voorkomende vorm van sportklimmen. Een beginner maakt er veilig kennis met het klimmen en een gevorderde klimmer traint er op zwaardere routes. De routes zijn in een klimhal 10 tot 20 meter hoog. Voor de cursus eist de bond een wand van minimaal 8 meter.

Bij toprope hangt het touw al door het omlooppunt; de zekeraar staat beneden.

Voorklimmen

Bij voorklimmen neem je het touw zelf mee en hang je het in de setjes. In de wand zitten haken, en in die haken hangen setjes: twee karabiners aan een bandje. Onderweg gaat het touw door elk setje dat je passeert. Als je valt dan val je niet tot op de grond. Je valt ongeveer twee keer de afstand die je boven het laatste setje was. Boven in de route zit een omlooppunt. Voorklimmen is de gebruikelijke manier in de rots en bij wedstrijden. Op een wedstrijd heet het lead, het Engelse woord voor voorklimmen. In de hal leer je het pas na toprope in een aparte cursus.

Boulderen

Boulderen is klimmen zonder touw op een lage wand boven dikke matten. Een boulder, het Engelse woord voor rotsblok, is één korte en moeilijke route. Hij is zo gebouwd dat je er maar een beperkt aantal bewegingen voor nodig hebt. De bond vergelijkt de inspanning met de 100 meter sprint: kracht, explosiviteit en techniek komen samen. De wand is volgens de SVK-richtlijn hoogstens 4,5 meter hoog boven een valdempende ondergrond. Boulderen bestaat ook buiten op echte rotsblokken. Het bekendste gebied is Fontainebleau in Frankrijk. De pagina Boulderen gaat er helemaal over, want boulderen heeft eigen regels en eigen leeftijden.

De auto belay

Een auto belay is een automatisch zekersysteem. De bond noemt het volautomatisch. Het apparaat hangt boven in de wand en zekert de klimmer zonder zekeraar op de grond. Je hangt het aan je gordel. Terwijl je klimt neemt het systeem het touw of de band op. Als je loslaat dan laat het je zakken. De bond heeft er een eigen korte cursus voor: de cursus Auto Belay van 1 contactuur. De fout die de bond bij deze systemen het vaakst ziet is klimmen zonder in te binden. Het systeem zit dan niet aan je gordel. Daarom hoort ook hier een controle bij, en daarover gaat de pagina Toprope en voorklimmen.

Boulderen, toprope, voorklimmen en de auto belay naast elkaar als silhouet aan een wand, met de hoogte erbij: boulderen tot 4,5 meter boven matten, toprope en voorklimmen aan een wand van minimaal 8 meter met het touw door het omlooppunt en de setjes in de haken

Welke manier je kiest hangt af van wat je al kunt en wat de hal van je vraagt. Dat is het onderwerp van de pagina Het klimvaardigheidsbewijs.

Wat je ziet als je binnenkomt

De balie

Elke hal begint bij de balie. Daar meld je je aan. Bij de meeste hallen vul je bij je eerste bezoek een inschrijfformulier in. Daarmee verklaar je dat je het huisreglement kent. De hal vraagt ook naar je ervaring, want zij wil weten wie uitleg nodig heeft. Het huisreglement hangt in de hal, staat op de website van de hal en ligt bij de balie. Lees het, want het verschilt per hal. De pagina Veilig beginnen komt erop terug.

De wand, de mat en het omlooppunt

De klimwand is een kunstwand van platen met reliëf, waarin de grepen zijn geschroefd. Een route herken je aan de kleur van de grepen en de graad staat meestal onderaan de route op een bordje. Boven in elke toprope-route hangt het omlooppunt waar het touw doorheen loopt. In de meeste klimhallen in Nederland en België hangen de touwen daar al. De boulderwand is lager en heeft de dikke matten. Daaromheen vind je in veel hallen een bar, douches en een ruimte met fitnessapparatuur.

Klimhal of boulderhal

Een klimhal heeft hoge wanden voor toprope en voorklimmen, meestal met een boulderdeel erbij. Een boulderhal heeft alleen boulderwanden: geen touw, geen gordel, geen zekeraar. In beide gelden huisregels en leeftijdsgrenzen. De SVK-richtlijn voor kinderen geldt in allebei.

Wie wie is

De instructeur

De instructeur geeft de cursussen en de introductie. Een erkend instructeur is door de NKBV opgeleid en heeft een licentie. Alleen een instructeur met die bevoegdheid neemt de klimvaardigheidstoets af en geeft het klimvaardigheidsbewijs uit. Bij hem of haar leer je inbinden, zekeren en vallen. In het begin gebeurt dat met een back-up. Een back-up is een tweede zekeraar die het touw ook vasthoudt. Vraag je in de hal naar de cursus Indoor Toprope, dan is dit de persoon die voor je staat. Indoor betekent binnen, in de hal.

De routebouwer

De routebouwer schroeft de grepen in de wand, bouwt er een route van en geeft die een graad. Dat werk zie je zelden gebeuren, maar je ziet het resultaat elke keer: nieuwe routes, een nieuwe kleur en een bordje met de graad. De routebouwer bepaalt dus wat jij klimt. De pagina De graden legt uit hoe de graden werken.

De baliemedewerker en het personeel op de vloer

De medewerker aan de balie schrijft je in, verhuurt materiaal en beantwoordt je vragen over de huisregels. Het personeel op de vloer loopt rondes en spreekt bezoekers aan die een regel vergeten. Als er iets gebeurt dan ga je als eerste naar het personeel. Twijfel je ergens over, dan vraag je het bij de balie. De drie mensen om te kennen zijn de instructeur, de routebouwer en de baliemedewerker.

Je klimpartner

Bij toprope en voorklimmen klim je altijd met z’n tweeën: de een klimt en de ander zekert. De bond zegt dat klimmer en zekeraar voor elkaars veiligheid verantwoordelijk zijn. Je klimpartner is daarmee de belangrijkste persoon in de hal. De pagina Veilig beginnen vertelt waarom.

Voor wie een andere sport van de keten doet

Bij FITNESS 58 leerde je een handleiding, bij tennis of voetbal een reglement. Hier leer je een opleidingsnorm: wat je moet weten en kunnen voordat je iets mag. Een fout kost hier geen punt maar een val. Daarom leer je de handelingen in de hal en de kennis hier.

Wil je meer dan alleen deze pagina?

Deze pagina legt één onderdeel van de klimhal uit. De cursus Wegwijs in de klimhal legt alles uit in twaalf lessen, met 136 vragen met uitleg en een memokaart per les. Zo ken je de woorden, de regels en het waarom voordat je de hal in gaat.

Zestien sporten, dezelfde aanpak

Klik op een sport voor de regels, de techniek en de tactiek van die sport.