KLIM 58: Leer en Klim

Het materiaal: gordel, touw, karabiners en zekeringsapparaat

Bij het touwklimmen zitten er een paar stukken materiaal tussen jou en de grond. Hieronder staat wat elk stuk is, welke norm erop staat en waar je op let.

De vaste regel van KLIM 58

Inbinden, zekeren en vallen leer je in de klimhal, van een erkend instructeur. Deze cursus bereidt je daarop voor en vervangt die les niet. Klim nooit zelfstandig aan een touw zonder klimvaardigheidsbewijs of de instructie van de hal.

Wat er tussen jou en de grond zit

Bij het touwklimmen zitten er een paar stukken materiaal tussen jou en de grond. Dat zijn de gordel om je heupen, het touw, een karabiner en het zekeringsapparaat van je zekeraar. Boven in de wand zit het omlooppunt. De bond noemt die rij samen de zekeringsketen. Elke schakel heeft een eigen taak en een eigen norm. Deze pagina vertelt wat elke schakel is, waar hij voor dient en waar je op let. Hoe je ermee werkt leer je in de hal.

In de meeste hallen huur je bij je eerste bezoek alles wat je nodig hebt. Je hoeft dus niets te kopen om te beginnen. Wel is het prettig als je de spullen herkent die de instructeur je straks in handen geeft.

Links de klimgordel met heupband, beenlussen, de inbindlus en de materiaallussen benoemd; rechts de twee soorten zekeringsapparaten als silhouet: de halfautomaat die bij een schok blokkeert en de tuberachtige die remt door de hand

De gordel

Heupband, beenlussen en het label

Een klimgordel bestaat uit een heupband en twee beenlussen. Op een kunstwand volstaat zo’n heupgordel. De heupband wordt op je lichaam afgesteld en de beenlussen ook als die verstelbaar zijn. De gordel moet goed aansluiten. Bij sommige oudere modellen moet de band daarna nog door de gesp worden teruggestoken omdat hij anders kan losschieten. Wat voor jouw gordel geldt staat op het label dat aan de binnenkant is ingenaaid. De fabrikant is wettelijk verplicht om in de gebruiksaanwijzing te zeggen hoe en waar je inbindt. Een papieren handleiding is snel kwijt. Daarom zit die informatie bij veel gordels als label in de gordel zelf. Dat label is het eerste wat je instructeur je laat opzoeken.

De inbindlus en de materiaallussen

Aan de voorkant van de gordel zit de inbindlus. Die heet ook zekerlus of belaylus, naar het Engelse woord belay voor zekeren. Daar hangt het zekeringsapparaat aan en daar hoort het touw bij het inbinden. Welke lus of lussen dat precies zijn staat op het label. Aan de zijkanten van de heupband zitten materiaallussen. Die zijn voor spullen die je even niet gebruikt, zoals een pofzak. Materiaallussen zijn er niet op gemaakt om eraan in te binden of te zekeren. De bond kent ongevallen waarbij een klimmer zich per ongeluk aan een materiaallus vastmaakte en de lus brak. Sommige hallen halen de materiaallussen daarom van de voorkant van hun huurgordels. Het cursusboekje zegt het kort: een materiaallus houdt maar een paar kilo.

Een materiaallus is voor spullen en nooit om aan in te binden of te zekeren.

Niets aan de gordel tijdens het klimmen

Bij toprope, in het Nederlands touw van boven, klim je zonder onnodig materiaal aan je gordel. Alles wat eraan hangt kan losraken en op iemand onder je vallen. Daarom is je gordel leeg voordat je gaat klimmen.

Modellen en kinderen

Gordels zijn er in verschillende maten en modellen. Er zijn ook speciale kindergordels. Een kind zit in een heupgordel vaak slecht omdat het weinig figuur heeft. Een instructeur kiest voor kinderen daarom soms een integraalgordel of een combinatie van heup- en borstgordel. Het inbindpunt zit dan hoger. De bond beschrijft een kind dat de oude gordel van zijn vader droeg. Bij een val gleed het kind uit de veel te grote gordel en viel 8 meter. Een goed passende gordel is geen luxe.

Het touw

Kern en mantel

Een klimtouw bestaat uit een kern van evenwijdige bundels nylonvezels met daaromheen een geweven mantel. De kern draagt. De mantel beschermt de kern en draagt mee. In de kern zit een lint in een kleur die het productiejaar aangeeft. In klimhallen hangen meestal dynamische touwen van 10 tot 10,5 millimeter. Dynamisch wil zeggen dat het touw rekt als het belast wordt. Bij een zware voorklimval rekt het tot 40 procent. Door die rek is de klap die je voelt als je in het touw valt kleiner.

Touwrek en de val op de grond

Die rek heeft een keerzijde die je moet kennen. Ook als je zekeraar het touw strak houdt zak je nog een flink stuk als je gaat hangen of valt. Hoe meer touw er tussen jou en het omlooppunt zit, hoe meer rek. Onder in een route ben je nog maar een paar meter hoog. Daar kan de rek genoeg zijn om je op de grond te laten komen. Daarom zekert een zekeraar de eerste meters van een route extra strak. Je leest dat op de pagina Zekeren en de touwcommando’s terug.

Dik en dun

Een dik touw remt makkelijker. Een dun touw loopt soepeler maar vraagt meer van het apparaat en van de hand. Een zekeringsapparaat is gemaakt voor een bepaalde touwdikte en die staat erop.

De knoop in het uiteinde

Een touw moet lang genoeg zijn: als het ene eind de grond raakt, ligt het andere eind nog minstens 3 meter op de grond. Die marge is er voor de zekeraar die een stap opzij of naar achteren doet. Als een touw toch te kort is kan het uiteinde bij het laten zakken door het zekeringsapparaat schieten voordat de klimmer op de grond staat. Een knoop in het uiteinde voorkomt dat. Daarom is die knoop een vast punt van de partnercheck op de pagina Inbinden en de partnercheck.

Touwbreuk is iets uit de tijd van henneptouw. Een modern touw breekt alleen als het met grote snelheid over een scherpe kant schuurt of met zuur in aanraking is geweest. Bij normaal gebruik in een hal komt dat niet voor.

Karabiners en setjes

Met en zonder beveiligde sluiting

Een karabiner is een metalen haak met een veer die vanzelf dichtvalt. Die veer heet de snapper. Er zijn karabiners zonder en met een beveiligde sluiting. Zonder beveiliging zie je ze in setjes. Karabiners met beveiliging zitten op de plekken waar ongewenst opengaan gevaarlijk is: bij het zekeren en bij indirect inbinden. De bond onderscheidt drie soorten beveiliging.

De schroefkarabiner heeft een huls die je dichtdraait. Het nadeel is dat je kunt vergeten hem dicht te draaien en dat een schurend touw de huls kan opendraaien. De twistlockkarabiner, in het Nederlands een karabiner met draaisluiting, draait vanzelf dicht zodat je hem niet kunt vergeten. Door een ongunstig touwverloop kan hij toch open gaan. Bij de extra beveiligde karabiner zijn drie handelingen nodig om hem te openen. Voorbeelden zijn de Belay Master van DMM en de Ball-Lock van Petzl. Ongewild opengaan is bij die karabiner vrijwel uitgesloten.

Hoe ernstiger de gevolgen als een karabiner opengaat, hoe beter de beveiliging moet zijn. Voor indirect inbinden is dat een extra beveiligde karabiner of twee tegengesteld ingehangen schroefkarabiners. Voor het zekeringsapparaat volstaat een schroefkarabiner. Een karabiner is sterk in de lengte en veel minder sterk dwars. Daarom hoort hij recht belast te worden. Bij een zekeringsapparaat hoort liefst een karabiner met een beugeltje dat verdraaien tegengaat.

Setjes

Een setje is een kort bandje met aan elke kant een karabiner zonder beveiliging. De ene karabiner hangt in de haak in de wand en door de andere loopt het touw. Bij voorklimmen hangen setjes in elke haak van de route. Bij toprope hangen ze alleen in routes die schuin lopen of overhangen. Daar voorkomen ze dat een vallende klimmer uit de route zwiept. Wat je ermee doet lees je op de pagina Toprope en voorklimmen.

Zekeringsapparaten

Twee typen

Er zijn tientallen zekeringsapparaten, maar in wezen twee typen: de tuberachtige en de halfautomaat. Een tuberachtige heet in de hal vaak kortweg tuber, wat buisje betekent. Een tuberachtige remt door wrijving. Het touw loopt met een knik door het apparaat en over de karabiner. De remhand bepaalt hoeveel remkracht er is. Zonder hand is er geen rem. Een halfautomaat klemt het touw bij een schok vast. Het touw blokkeert dan zonder veel handkracht. Daar zijn twee varianten van. De ene soort klemt het touw binnenin vast, zoals de Grigri van Petzl. De andere soort heet autotuber en klemt het touw op de karabiner, zoals de Smart van Mammut en de Jul van Edelrid. Bij een autotuber hangt de werking af van de positie van de remhand en van de karabiner die erbij hoort.

Een halfautomaat blokkeert bij een schok en een tuberachtige remt door de hand.

De remhand en de gebruiksaanwijzing

Bij allebei blijft de remhand aan het touw. Bij een halfautomaat lijkt het blokkeren vanzelf te gaan. De bond is er duidelijk over: een remhand aan het touw is ook daar een vereiste. Hoe je een bepaald apparaat bedient staat in de gebruiksaanwijzing van de fabrikant en die is leidend. Ook het huisreglement van de hal telt mee, want sommige hallen staan bepaalde typen niet toe. KLIM 58 beschrijft daarom alleen het principe. De bediening leer je in de hal van je instructeur, met het apparaat in je handen.

Eerste keus

Sinds 2016 is de halfautomaat de eerste keus van de bond bij het zekeren van een voorklimmer. Bij toprope is er geen algemene voorkeur: daar zeker je met een halfautomaat of met een tuberachtige, afhankelijk van leeftijd en gewichtsverschil. In de cursus Indoor Toprope leer je allebei kennen. Waarom de halfautomaat de eerste keus is en waarom dat de oplettendheid niet vervangt lees je op de pagina Zekeren en de touwcommando’s.

De acht en de HMS

Twee oude methoden zie je in de hal niet meer. Dat zijn de abseilacht, kortweg de acht, en de halve mastworp of HMS. De HMS is een knoop om een karabiner. De acht remt zo weinig dat hij al bij een kleine val doorslipt en snel heet wordt. De HMS is in de meeste Nederlandse hallen niet toegestaan vanwege touwslijtage. Je instructeur kan ze noemen, maar je leert er niet mee zekeren.

Schoenen, magnesium en de pofzak

Klimschoenen

Klimschoenen zitten strak zodat ze niet draaien, schuiven of doorbuigen als je op een kleine trede staat. Voor de hal volstaan lichte, nauwsluitende modellen die op een slof lijken. Welke schoen past hangt af van de vorm van je voet. De bond raadt aan om er meerdere te passen en je te laten informeren door je instructeur of de bergsportwinkel. De meeste hallen verhuren ze.

Magnesium en de pofzak

Magnesiumpoeder, in de hal pof genoemd, neemt vocht van je handen op en verbetert zo je grip. Het is er als blok en als bal. Er is ook vloeibaar magnesium op alcoholbasis dat geen stof geeft. Je draagt het in een zakje om je middel: de pofzak. De bond vraagt ook om grepen schoon te poetsen. Dat hoort bij de etiquette in de hal.

Normen, levensduur en kopen

Wat een norm regelt

Klimmateriaal is een persoonlijk beschermingsmiddel of PBM. Het valt sinds 2018 onder een Europese verordening. Het meeste klimmateriaal zit in categorie III. Dat is de zwaarste categorie: bescherming tegen een val. Voor elk soort materiaal is er een Europese norm of EN-norm. Die norm legt vast hoe sterk het materiaal moet zijn, hoe het wordt getest en welke afmetingen het heeft. Zo geldt EN 892 voor dynamisch klimtouw, EN 12275 voor karabiners en EN 12277 voor gordels. De CE-markering op het product is geen keurmerk: het is de wettelijk verplichte verklaring van de fabrikant zelf dat het product aan de norm voldoet. Het UIAA-label van de internationale bergsportfederatie is wel een keurmerk en is soms strenger dan de EN-norm. Welke kracht een product houdt staat op het product en in de gebruiksaanwijzing. Dat hoort niet in deze pagina.

De CE-markering is dus een wettelijke verplichting en geen keurmerk.

Levensduur en afkeuren

De hal is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het huurmateriaal, de touwen en de wand. Een instructeur controleert voor elke les alles wat hij gebruikt. Als je eigen materiaal koopt dan geldt wat de bond de instructeur leert.

Veel fabrikanten adviseren een gordel bij normaal gebruik na uiterlijk 5 jaar te vervangen. Zijn de stiksels van de dragende delen doorgesleten of werkt een gesp niet meer goed? Dan is de gordel af. Een zekeringsapparaat wordt vervangen als een derde van de dikte is weggesleten. Dat geldt ook bij scherpe randen of bramen en als het apparaat niet meer goed werkt. Een karabiner hoeft niet periodiek vervangen te worden. Dat moet wel als hij meer dan een derde is ingesleten of scherpe randen krijgt. De sluiting moet soepel draaien en dicht blijven als de beveiliging is aangedraaid. Een touw wordt vervangen als het stijf of pluizig is geworden en moeilijk door het apparaat loopt. Dat geldt ook als de mantel zo beschadigd is dat de kern te zien is.

Het cursusboekje zegt het zo: ken je materiaal, gebruik modern materiaal en bestudeer de gebruiksaanwijzing.

Huren of kopen

Voor je eerste bezoeken en voor de cursus huur je in de meeste hallen alles. Wil je daarna zelf kopen? Dan geeft de bond een paar kooptips. Een gordel moet goed aansluiten op je lichaam. Bij een karabiner let je op de beveiliging van de sluiting en of hij bij je zekeringsapparaat past. Bij een zekeringsapparaat lees je welke touwdikte erbij hoort. Schoenen pas je voordat je ze koopt. Zekeringsapparaten zijn er in veel soorten en de bond zegt zelf dat de keuze lastig is. Begin met wat je in de cursus leert kennen en vraag je instructeur om advies.

Wil je meer dan alleen deze pagina?

Deze pagina legt één onderdeel van de klimhal uit. De cursus Wegwijs in de klimhal legt alles uit in twaalf lessen, met 136 vragen met uitleg en een memokaart per les. Zo ken je de woorden, de regels en het waarom voordat je de hal in gaat.

Zestien sporten, dezelfde aanpak

Klik op een sport voor de regels, de techniek en de tactiek van die sport.