KLIM 58: Leer en Klim

De graden: wat 4a, 5c of 6b betekent

Onderaan elke route in de hal hangt een bordje met een graad, zoals 4a, 5c of 6b. Hieronder staat hoe je de Franse schaal en de Fontainebleau-schaal leest en hoe je een route kiest.

Wat een graad zegt

Een grove indicatie

Onderaan elke route in de hal hangt een bordje met een graad, zoals 4a, 5c of 6b. De graad geeft volgens de bond een grove indicatie van de lichamelijke en technische eisen die de route stelt. De indicatie is grof omdat een route geen rekensom is. Een graad is een inschatting van mensen en geen meting. De bond zet er in zijn eigen vergelijkingstabel bij dat de schalen onderling kunnen afwijken.

Waarom je ze toch nodig hebt

Met de graden kies je een route die bij je past. Zo bouw je op en zie je je vooruitgang. Volgens de bond klimmen de meeste klimmers routes van 4, 5 en 6. In de hal hangen routes van de derde tot ongeveer de achtste graad. Je hoeft dus niet alles te kunnen. Het is genoeg dat je weet waar je begint.

De Franse schaal voor routes

De opbouw

In Nederlandse en Belgische hallen wordt voor routes de Franse schaal gebruikt. Een Franse graad bestaat uit drie delen. Eerst komt een cijfer van 1 tot 9: hoe hoger, hoe zwaarder. Vanaf de vierde graad volgt een kleine letter a, b of c. Die letter verdeelt het cijfer in drie stappen: 5a is lichter dan 5b en 5b is lichter dan 5c. Soms staat er nog een plus achter. De plus zegt dat de route net iets zwaarder is dan de graad zonder plus, dus een 6a+ zit tussen 6a en 6b. Een Franse graad heeft een cijfer, een letter a, b of c en soms een plus. De schaal loopt op dit moment tot 9c.

Wat de graden ongeveer betekenen

Een klimmer die 6b klimt gebruikt de derde graad en een makkelijke 4 volgens het cursusboekje van de bond om zich in te klimmen. Die routes hebben grote grepen en een rechte wand en vragen weinig techniek. Voor iemand die voor het eerst klimt is dat de route zelf. De bond zegt dat zo iemand het al lang mooi vindt als hij boven komt. In de graden 4, 5 en 6 zitten de meeste klimmers, van beginner tot wie al jaren klimt. De zevende en achtste graad hangen in de hal voor wie veel traint. De negende graad is de top van de sport, buiten en in de wedstrijdhal.

De andere schalen voor routes

De UIAA-schaal van de internationale bergsportfederatie wordt in de Duitstalige landen gebruikt. Die schaal heeft Romeinse cijfers tot 12 met een plus of een min erachter. De Amerikaanse schaal loopt van 5.0 tot 5.15. Er zijn ook een Britse en een Australische schaal. Als je ze in een app op je telefoon tegenkomt dan vind je een vergelijkingstabel op de pagina van de bond over moeilijkheidswaardering. Voor de hal heb je alleen de Franse schaal nodig.

De schalen voor boulders

Fontainebleau

Boulders krijgen een eigen graad op de Fontainebleau-schaal. Die schaal is genoemd naar het bouldergebied in Frankrijk en heet in de hal vaak kortweg Font. Hij ziet er bijna hetzelfde uit als de Franse schaal, met één verschil dat je meteen ziet: de letter is een hoofdletter. De graad 6A is een boulder en de graad 6a is een route. De graad van een boulder heeft dus een cijfer, een hoofdletter en soms een plus. De schaal loopt tot in de negende graad.

Dezelfde cijfers betekenen niet hetzelfde. In de vergelijkingstabel van de bond staat de boulderschaal verschoven naast de Franse schaal: een boulder van 5 is zwaarder dan een route van 5a. Dat past bij wat een boulder is: alles in een paar bewegingen. Boulderbazen is een Nederlandse site over boulderen en deelt de graden in de hallen zo in. Een 1 tot 3 is voor wie net begint en een 4 is eenvoudig. Van 5A tot 5C is voor de beginner en van 5C+ tot 6A voor de gevorderde beginner. Van 6A+ tot 6C is het midden, een 7B+ is voor de expert en een 8A+ is professioneel.

De V-schaal

In een Amerikaanse app zie je de V-schaal. Die loopt van V0 tot V17 en heeft geen letters. De bond zet Font en de V-schaal op zijn pagina over moeilijkheidswaardering naast elkaar. Hij merkt daarbij op dat ook die twee niet precies gelijk lopen.

De Franse schaal voor routes naast de Fontainebleau-schaal voor boulders en de V-schaal, met de UIAA-kolom ernaast en een markering waar de beginner begint

Hoe een hal waardeert

De routebouwer

Elke route krijgt zijn graad van de routebouwer. Die schroeft de grepen in de wand, klimt de route zelf en schat in hoe zwaar hij is. In de hal herken je een route aan de kleur van de grepen. De graad staat meestal onderaan.

Pas definitief na meerdere beklimmingen

Een inschatting van één persoon is nog geen graad. In de klimhal wordt een route volgens de bond pas gewaardeerd nadat meerdere klimmers hem hebben geklommen. De hal stelt de graad van de routebouwer dus bij na meerdere beklimmingen. Voelt een nieuwe route zwaarder dan het bordje zegt? Dan is dat normaal. Het is ook de reden dat de graad een grove indicatie blijft.

De kleuren verschillen per hal

Veel hallen laten de kleur van de grepen samenvallen met de graad. Dat geldt vooral voor boulderhallen. Alle gele boulders zijn dan bijvoorbeeld even zwaar. Dat is handig, maar er is één valkuil: die kleuren verschillen per hal. Geel is in de ene hal een beginnersboulder en in de andere iets voor gevorderden. Kijk dus in elke nieuwe hal eerst hoe de kleuren zijn ingedeeld of vraag het bij de balie. Wat je van je eigen hal kent geldt daar niet vanzelf.

De ethiek van het vrijklimmen

De spelregels van het vergelijken

Een graad heeft alleen betekenis als iedereen een route op dezelfde manier klimt. Bij vrijklimmen zijn het touw en de zekeringen er alleen om een val op te vangen en niet om vooruit te komen. Het vrijklimmen heeft een paar regels die de bond de ethiek van het sportklimmen noemt.

Je gebruikt alleen de grepen van je eigen gekleurde route. De haken in de wand gebruik je niet met je handen of voeten. Je gebruikt ook geen touwsteun, bijvoorbeeld doordat je zekeraar het touw te strak houdt. Als je de zijkant van de wand naast de route niet mag gebruiken dan staat dat duidelijk aangegeven.

Je gebruikt dus alleen de grepen van je route, geen haken en geen touwsteun. Niemand controleert dit. Het is de afspraak waardoor een 5c voor iedereen hetzelfde betekent.

On-sight en flash

Bij vrijklimmen hoort ook de stijl waarin je de route klom. On-sight, in het Nederlands op zicht, betekent dat je een route in één keer voorklimt zonder te vallen of in het touw te hangen. Je hebt dan niemand anders de route zien klimmen en je hebt geen informatie behalve de graad. Het is de gebruikelijke stijl bij leadwedstrijden. Flash, in één keer na kijken, is hetzelfde maar dan heb je wel iemand de route zien klimmen of uitleg gekregen. De begrippen komen uit het voorklimmen. In de hal gebruiken klimmers ze ook bij toprope: heb je de route al eens geprobeerd of heb je iemand hem zien klimmen?

Een route kiezen

Wat de bond een beginner aanraadt

De instructeur zoekt voor een beginner een rechte of licht naar voren hellende wand. De route heeft een relatief korte klimlengte en veel grote grepen. Zo houd je het langer dan één route vol. Een beginner begint dus aan een rechte wand op een korte route met grote grepen. Pas na verloop van tijd komt een specifieke route met zo weinig mogelijk grepen die je met opstaande vingers moet belasten. Opstaande vingers heten in het Frans arqué en die belasting geeft de meeste kans op een blessure. Grepen die je met afhangende vingers pakt zijn minder belastend, in het Frans heet dat tendu.

Eenvoudig beginnen

De tactiek van het kiezen is eenvoudig: begin lager dan je denkt te kunnen. Je las al dat zelfs een klimmer die 6b klimt zich inklimt in een 3 of een makkelijke 4. Voor jou als beginner is een 3 of een 4 geen opwarmer maar de route zelf, en dat is goed zo. Een route die je haalt leert je meer dan een route waar je uit valt.

De route lezen

Voordat je begint kijk je van beneden naar de route. Je kijkt waar de grepen zitten en waar de wand gaat hangen. Je kijkt ook waar een setje hangt dat je moet passeren en of de route recht omhoog loopt of schuin. De bond zet dat in de partnercheck: klimmer en zekeraar nemen de bijzonderheden van de route en het pendelgevaar samen door. En het cursusboekje zegt: kijk waar je vastpakt en waar je gaat staan. Wie de route leest klimt rustiger en beheerster. Hij verliest ook minder snel zijn evenwicht. Over techniek en tactiek lees je verder op de pagina Techniek en tactiek.

Wil je meer dan alleen deze pagina?

Deze pagina legt één onderdeel van de klimhal uit. De cursus Wegwijs in de klimhal legt alles uit in twaalf lessen, met 136 vragen met uitleg en een memokaart per les. Zo ken je de woorden, de regels en het waarom voordat je de hal in gaat.

Zestien sporten, dezelfde aanpak

Klik op een sport voor de regels, de techniek en de tactiek van die sport.