KLIM 58: Leer en Klim

Inbinden en de partnercheck: een les uit de cursus

Dit is les 6 van de twaalf, precies zoals hij in de cursus staat. Lees hem door, maak de acht vragen en neem de memokaart mee naar de hal. Gratis, zonder account.

De vaste regel van KLIM 58

Inbinden, zekeren en vallen leer je in de klimhal, van een erkend instructeur. Deze cursus bereidt je daarop voor en vervangt die les niet. Klim nooit zelfstandig aan een touw zonder klimvaardigheidsbewijs of de instructie van de hal.

Twee manieren om aan het touw vast te zitten

Dit beheers je na deze les

  • Je weet waarom de teruggestoken achtknoop de standaardknoop is.
  • Je weet waarom direct inbinden de voorkeur heeft boven indirect inbinden.
  • Je weet wat de partnercheck controleert en welke fout elk punt voorkomt.

Dit is de proefles van KLIM 58. Het is meteen de les die laat zien wat deze cursus doet en wat hij niet doet. Hij legt uit waarom elk punt van de partnercheck bestaat en welk ongeval erachter zit. Hij leert je de knoop niet. Die leer je in de hal met een touw in je handen en een instructeur ernaast die hem controleert. Lees deze les dus als de uitleg die je al kent op het moment dat je instructeur het touw pakt.

Inbinden is het touw aan je gordel vastmaken. In de klimhal gebeurt dat op twee manieren. Bij direct inbinden zit er een knoop in het touw, de teruggestoken achtknoop. Die knoop zit rechtstreeks door de lus of lussen van je gordel die het label aanwijst. Bij indirect inbinden zit er al een voorgeknoopte acht met een lus in het touw. Die lus zit met een karabiner aan je gordel vast. Welke methode je tegenkomt hangt af van wat de hal als standaard heeft gekozen. Volgens de bond zijn ze allebei voldoende veilig. Veel belangrijker dan de discussie over de methode is dat je weet waar de fouten zitten.

Waarom de teruggestoken achtknoop

Makkelijk te leren, goed te controleren

De teruggestoken achtknoop, ook dubbele achtknoop genoemd, is de eerste knoop die je in de cursus Indoor Toprope leert. De bond kiest hem om drie redenen. Hij is eenvoudig: vrijwel iedereen kan hem herhalen nadat hij één keer is voorgedaan. Hij is goed te controleren. Een verkeerd gelegde acht valt bij de partnercheck direct op, omdat te zien is of de strengen netjes naast elkaar lopen. En hij is de internationale standaard. De internationale klimfederatie IFSC laat bij wedstrijden alleen de achtknoop toe en Nederland hanteert bij wedstrijden dezelfde regel. Het enige nadeel is dat de knoop na een flinke val lastig los te krijgen is. Dat speelt vooral bij oude en pluizige touwen.

Er bestaat nog een inbindknoop: de bulin. Die gaat na een val makkelijker los. Maar de bulin is op meer manieren te leggen, waardoor in één oogopslag niet te zien is of hij goed zit. Bij de achtknoop is dat wel te zien en daarom is de achtknoop de standaard.

Het uiteinde lang genoeg

Bij een goed gelegde achtknoop blijft er een stuk touw over na de knoop. Dat uiteinde moet lang genoeg zijn. De IFSC eist zelfs dat er nog een eindknoopje mee te leggen is. Bij de partnercheck kijkt de zekeraar of het uiteinde minstens een handpalm breed is en hoogstens een handpalm plus een gespreide duim. Een te kort touweinde staat bij de bond in de rij van veelgemaakte fouten.

Direct of indirect

Waarom direct de voorkeur heeft

De bond beveelt direct inbinden met de teruggestoken achtknoop aan en heeft daar drie redenen voor. De eerste reden is dat de zekeringsketen een schakel korter is. Die keten bestaat uit alle schakels van klimmer tot zekeraar. Bij direct inbinden zit er geen karabiner tussen jou en het touw. Een schakel minder is een plek minder waar iets fout kan gaan. De tweede reden is dat de slijtage van een huurtouw beter wordt verdeeld. De knoop komt telkens op een iets andere plek in het touw. De derde reden is dat toprope voor veel mensen het begin van een klimloopbaan is. Bij voorklimmen, wedstrijdklimmen en buiten klimmen is de achtknoop gebruikelijk of verplicht. Bij voorklimmen is indirect inbinden zelfs niet aan de orde. De kracht van een zware voorklimval kan te veel worden voor een karabiner die dwars of schuin belast wordt.

Waar indirect wordt gebruikt

Indirect inbinden zie je in hallen die het als standaard hebben. Je ziet het ook bij grote groepen en eenmalige activiteiten zoals een introductie of een kinderfeestje. De bond stelt er een eis aan: het mag alleen met één extra beveiligde karabiner of met twee tegengesteld ingehangen schroefkarabiners. Voorbeelden van een extra beveiligde karabiner zijn de Belay Master van DMM en de Ball-Lock van Petzl. Eén gewone schroef- of twistlockkarabiner is niet genoeg, want die kan ongewild opendraaien en loskomen. Een tweede aandachtspunt bij indirect inbinden is de voorgeknoopte knoop zelf. Als die niet strak is aangetrokken kan er een lus uit losraken. Ook dat vangt de partnercheck.

De fouten die je moet kennen

De meest gemaakte fout

De meest gemaakte fout bij het inbinden is dat de klimmer de knoop niet terugsteekt. Hij heeft de achtknoop in het touw gelegd en het uiteinde door de gordel gehaald, maar wordt bijvoorbeeld halverwege afgeleid. Van buiten lijkt de knoop vast te zitten, maar onder belasting gaat hij los. De bond vertelt het verhaal van Lynn Hill, de eerste vrouw die 8b en 8b+ klom. Zij viel zo 30 meter en overleefde het omdat ze in een boom landde. In Nederland zijn relatief veel zware ongevallen in hallen juist het gevolg van fouten bij het inbinden. De remedie is tweeledig: de klimmer houdt zijn hele aandacht bij de knoop zonder onderbreking en er volgt altijd een partnercheck.

De verkeerde lus

De tweede fout is inbinden aan de verkeerde lus van de gordel, vooral aan een materiaallus. Les 5 zei het al: die lus draagt niets. Een knoop of een karabiner aan een materiaallus ziet er van een afstand uit als ingebonden. De bond beschrijft een ervaren klimmer die na 8 meter losliet en op zijn zekeraar belandde. Zijn inbindkarabiner hing in een materiaallus. Daarom controleert de partnercheck niet alleen de knoop, maar ook de plek van de knoop.

Waarom de partnercheck bestaat

Menselijk falen, en de tabel van de bond

Uit de registratie van ongevallen door de bond blijkt dat in bijna alle gevallen menselijk falen de oorzaak is van een ongeval aan een klimwand. Materiaalfalen is vrijwel uitgesloten. De fouten zijn bekend. De bond heeft ze in een tabel gezet en daarachter staat of een partnercheck ze voorkomt.

Veelgemaakte foutVoorkomt de partnercheck hem?
inbindknoop niet afgemaaktja
touw verkeerd in het zekeringsapparaat, of het apparaat niet dichtja
klimmer en zekeraar aan verschillende touwenja
geen knoop in het uiteinde van het touwja
ingebonden aan de materiaallusja
klimmen zonder in te bindenja
onoplettend zekerennee
te los zekeren en een val op de grond door touwreknee
het zekeringsapparaat verkeerd bedienen, de remhand loslatennee
de zekeraar maakt de klimmer los voordat die op de grond staatnee

De bovenste helft is wat de partnercheck afvangt: alles wat je kunt zien en voelen voordat de klim begint. De onderste helft gebeurt tijdens het klimmen en vraagt iets anders: oplettendheid. Daarover gaat les 7. Twee zien meer dan één, zegt de bond. Elkaar controleren is geen teken van wantrouwen maar van respect en verantwoordelijkheid voor je klimpartner.

Vier ogen en vier handen

Alleen kijken is niet genoeg. Sommige fouten zie je niet, zoals een karabiner die net niet helemaal dicht is. Daarom wordt bij de partnercheck alles ook vastgepakt en aangetrokken. Het cursusboekje noemt dat het vier-ogen-vier-handenprincipe en voegt eraan toe dat de controle van buitenaf naar het lichaam toe gaat. De bond zegt het nog duidelijker. De zekeraar pakt de knoop vast die de klimmer heeft gelegd. De klimmer pakt het zekeringsapparaat van de zekeraar vast.

Wat de partnercheck controleert
Klimmer en zekeraar tegenover elkaar als silhouet, met genummerd wat de partnercheck controleert: gordel dicht, het juiste inbindpunt, de knoop, het apparaat en de karabiner, hetzelfde touw en de knoop in het uiteinde, met bij elk punt de fout die het voorkomt

Eerst de zekeraar bij de klimmer

De partnercheck heeft een vaste volgorde zodat je niets overslaat. Eerst controleert de zekeraar de klimmer met ogen en handen:

  1. De gordel: is hij dicht en zijn de banden teruggestoken door de gespen waar dat nodig is? Dit voorkomt de losschietende heupband. De bond beschrijft een klimmer die na een toiletbezoek zijn gesp niet terugstak en boven in de route ondersteboven kwam te hangen.
  2. Het inbindpunt: loopt het touw door de lus of lussen die het label aanwijst, en niet door een materiaallus? Dit voorkomt het inbinden aan de verkeerde lus.
  3. De knoop: is de achtknoop netjes gelegd en teruggestoken, en wordt hij nog een keer aangetrokken? Bij indirect inbinden: is de karabiner dicht en zit de voorgeknoopte knoop nog goed? Dit voorkomt de niet afgemaakte knoop.
  4. Het uiteinde: is het touweinde na de knoop lang genoeg?

Achter elk van deze vier punten zit een fout uit de tabel.

Dan de klimmer bij de zekeraar

Daarna controleert de klimmer de zekeraar. De zekeraar heeft het remtouw dan al in zijn hand:

  1. Het zekeringsapparaat: zit het touw er op de juiste manier in en blokkeert het? De klimmer test of het apparaat het touw houdt. Dit voorkomt dat het touw verkeerd in het apparaat zit.
  2. De karabiner: is hij volledig gesloten en beveiligd? Hier wordt op de sluiting gedrukt, omdat een bijna dichte karabiner op het oog niet van een dichte te onderscheiden is.
  3. De plek: hangt de karabiner van het apparaat in de inbindlus van de gordel van de zekeraar, en niet in een materiaallus?
  4. De gordel van de zekeraar: is hij dicht en teruggestoken, net als bij de klimmer?

Ook hier staat achter elk punt een ongeval dat de bond kent. Een voorbeeld is de beginner die haar apparaat niet aan haar gordel had vastgemaakt terwijl haar klimmer al omhoog was.

Wat klimmer en zekeraar samen controleren

Tot slot controleren klimmer en zekeraar samen drie dingen. Zitten ze aan hetzelfde touw? In een hal hangen veel touwen naast elkaar. De zekeraar trekt het touw zo strak dat de klimmer het voelt en dan weten ze het zeker. Zit er een stevige knoop in het vrije uiteinde van het touw, ook als het touw lang genoeg lijkt? Dat voorkomt dat het uiteinde door het apparaat schiet. En zijn er bijzonderheden aan de route, zoals setjes die uitgehangen moeten worden, een overhang of pendelgevaar? Klimmer en zekeraar spreken die door voordat de klim begint. Bij de check hoort ook of het touw netjes loopt zonder dat het gedraaid is of achter een greep zit.

Daarna volgen oogcontact en een korte afspraak over de commando’s. Pas dan begint de klim.

Pas losmaken na onderling akkoord

De partnercheck heeft nog een laatste punt. Dat ligt niet aan het begin maar aan het eind van de klim. De zekeraar maakt het zekeringsapparaat pas los nadat de klimmer op de grond staat en dat heeft gezegd. De klimmer maakt zich pas los na akkoord van de zekeraar. Het klinkt vanzelfsprekend, maar de bond meldt dat te vroeg losmaken in Nederlandse hallen tot twee dodelijke ongevallen heeft geleid. De taak van de zekeraar is pas afgelopen als de klimmer veilig naast hem staat.

Elke klim begint met een partnercheck. Dat geldt ook voor de tiende klim van de avond en ook bij een partner die je al jaren kent. Juist routine is volgens de bond een van de vier oorzaken van ongevallen.

Inbinden, zekeren en vallen leer je in de klimhal, van een erkend instructeur. Deze cursus bereidt je daarop voor en vervangt die les niet. Klim nooit zelfstandig aan een touw zonder klimvaardigheidsbewijs of de instructie van de hal.

Actiepunten voor in de klimhal
  1. Kijk bij de wand hoe twee klimmers elkaar controleren voordat een van hen begint. Tel hoeveel punten je herkent uit deze les.
  2. Vraag de instructeur je de partnercheck voor te doen en te vertellen welke fout elk punt voorkomt.
  3. Vraag bij de balie of de hal direct of indirect inbinden als standaard heeft en waarom.

Zo weet je voor je eerste les in de hal wat er komt en waarom.

Memokaart
Memokaart van les 6 met de vijf punten over inbinden en de partnercheck

Print deze kaart of neem hem mee op je telefoon.


Acht vragen, direct antwoord

0 van 8 beantwoord

De rest van de cursus

Deze les was er een van twaalf. De cursus Wegwijs in de klimhal legt alles uit wat je in de hal ziet en hoort, met 136 vragen met uitleg en een memokaart per les.

De cursus is nog niet te bestellen.

Zestien sporten, dezelfde aanpak

Klik op een sport voor de regels, de techniek en de tactiek van die sport.