KLIM 58: Leer en Klim

Toprope en voorklimmen: wat het verschil is

Bij toprope hangt het touw al in de wand. Bij voorklimmen neem je het touw vanaf de grond mee omhoog. Hieronder staat wat dat verschil betekent en waarom de bond eerst toprope laat leren.

De vaste regel van KLIM 58

Inbinden, zekeren en vallen leer je in de klimhal, van een erkend instructeur. Deze cursus bereidt je daarop voor en vervangt die les niet. Klim nooit zelfstandig aan een touw zonder klimvaardigheidsbewijs of de instructie van de hal.

Het touw hangt al boven of je neemt het mee

Bij toprope, in het Nederlands touw van boven, hangt het touw al in de wand. Het loopt van de zekeraar omhoog door het omlooppunt aan het eind van de route en weer omlaag naar de klimmer. Valt de klimmer, dan hangt hij vrijwel direct in het touw. Hij kan nooit ver vallen. Bij voorklimmen hangt er geen touw. In wedstrijdtaal heet voorklimmen lead, het Engelse woord voor leiden. De klimmer neemt het touw vanaf de grond mee omhoog. Onderweg hangt hij het in de setjes die in de haken van de route hangen. Boven hangt hij het in het omlooppunt. Valt hij, dan valt hij tot onder het laatste setje waar het touw in zit. Routes in een Nederlandse hal zijn 10 tot 20 meter lang.

In de meeste Nederlandse en Belgische hallen hangen toprope-touwen, en in Nederland wordt bijna alleen in toprope geklommen. Dat is ook de volgorde van de bond: eerst de cursus Indoor Toprope, daarna de cursus Indoor Voorklimmen. Deze pagina legt uit wat er verschilt, zodat je weet waar je straks naar kijkt.

Twee wanden naast elkaar: links toprope met het touw door het omlooppunt naar de zekeraar beneden; rechts voorklimmen met de setjes in de haken, het touw dat de klimmer meeneemt en het valtraject van twee keer de afstand boven het laatste setje

Het omlooppunt

Wat het is

Het omlooppunt is het vaste punt boven in de route waar het touw doorheen loopt. Hoe het eruitziet verschilt per hal. Het bestaat minstens uit een karabiner met beveiligde sluiting of uit twee tegengesteld ingehangen karabiners. Soms hangt er een extra setje als reserve bij. Bij toprope zit het touw er al in. Bij voorklimmen hangt de klimmer het touw er zelf in en maakt hij daarna de beveiligde karabiner dicht. Dat leer je in de cursus Indoor Voorklimmen.

Drie regels

Rond het omlooppunt gelden drie regels die je in elke hal tegenkomt. In één omlooppunt komen nooit twee touwen. De touwen schuren dan langs elkaar en kunnen ernstig beschadigen of zelfs doorsmelten. Een klimmer klimt niet boven het omlooppunt uit. Het omlooppunt is het einde van de route en de zekeraar wijst de klimmer er desnoods op dat hij daar is. Een klimmer klimt ook niet in toprope over een onbeveiligd omlooppunt. Een omlooppunt zonder beveiligde karabiner of tweede karabiner is geen punt om aan te klimmen.

Nooit twee touwen in één omlooppunt en nooit boven het omlooppunt klimmen: die twee verboden gelden bij elk bezoek.

Setjes in een toprope-route

Waarom ze er hangen

Op de pagina Het materiaal las je wat een setje is: twee karabiners aan een bandje. Bij voorklimmen hangen ze in elke haak. In een toprope-route hangen ze alleen waar de route schuin loopt of overhangt. Zonder setje zou een vallende klimmer daar uit de route zwiepen. Hij zou dan een pendelbeweging maken en tegen de wand of een ander slaan. Het setje leidt het touw langs de wand. Het cursusboekje noemt ze tussenzekeringen.

Uithangen en terughangen

Komt een klimmer bij zo’n setje, dan haalt hij het touw uit de onderste karabiner en klimt hij verder. Op de terugweg hangt hij het touw er weer in. Zo vindt de volgende klimmer het touw op zijn plek. In de cursus leer je de regel die daarbij hoort. Een klimmer haalt het touw uit het setje zodra hij erbij kan en kan zien wat hij doet. Hij klimt niet voorbij het setje. Wie te hoog is ziet niet wat hij doet. De bond beschrijft het ongeval dat daarbij hoort. Een beginner klom in een overhang voorbij het setje en maakte voor zijn buik het touw los. Hij bleek het touw niet uit het setje te hebben gehaald maar uit zijn eigen inbindkarabiner. Hij viel 10 meter. Direct inbinden met de achtknoop en het setje op tijd uithangen voorkomen dit. De zekeraar houdt er rekening mee. Hij stopt de klimmer bij het laten zakken op tijd, zodat die het setje kan terughangen. De klimmer blijft daarbij gewoon in het touw hangen. Hoe je een setje uit- en terughangt oefen je in de cursus eerst vlak boven de grond.

Het valtraject bij voorklimmen

Twee keer de afstand en meer

Bij voorklimmen valt een klimmer verder dan bij toprope, en dat is het grote verschil. Klimt een voorklimmer 1 meter boven zijn laatste setje en valt hij, dan valt hij eerst die meter terug tot het setje. Daarna valt hij nog een meter onder het setje door: twee keer de afstand boven het laatste setje. Daar komt nog meer bij. Het touw dat hij in zijn hand heeft om het volgende setje te clippen telt mee. Ook het touwrek, het strak trekken van de knoop en de zekeraar die naar de wand wordt getrokken tellen mee. In de praktijk komt een val volgens de bond al snel uit op drie tot vier keer de afstand boven het laatste setje. Daarom is het clippen het meest risicovolle moment van het voorklimmen. Wie valt terwijl hij een setje hoog boven zich probeert te clippen, valt de dubbele afstand en ook de extra meters touw in zijn hand.

Daardoor zijn de krachten bij een voorklimval groter en is het valtraject langer. Ook het risico dat de zekeraar de controle over het touw verliest is groter. De oplettendheid van de zekeraar is bij voorklimmen nog belangrijker dan bij toprope, zegt de bond. Volgens Duits onderzoek worden in het klimmen de meeste fouten gemaakt bij het zekeren van voorklimmers.

De grounder in het begin van de route

Onderin een voorklimroute kan een val tot op de grond komen. Dat kan voor het eerste setje en ook in de eerste meters erboven. Zo’n val heet een grounder: een val tot op de grond. Tot het eerste setje heeft zekeren nog geen zin. Dan spot de zekeraar de klimmer: hij helpt hem bij een val op zijn benen te landen. Tot en met het derde setje zekert hij strak en staat hij dicht bij de wand. Daarna kan hij iets verder van de wand staan en losser zekeren, zodat de klimmer vrij kan bewegen. Een zekeraar die onderin te veel touw geeft om een val zacht op te vangen zet zijn klimmer op de grond. De bond beschrijft een gekneusde enkel die zo ontstond.

Vallen leer je

In de cursus Indoor Voorklimmen oefen je het vallen en het opvangen van een val. Dat gaat van klein naar groter en eerst in toprope met los touw. Er staat altijd een back-up bij als reservezekeraar. Je leert welke houding bij een val hoort en wat je niet vastpakt. De bond zegt dat vallen en opvangen een gevoel is dat je door oefenen krijgt, geen vaardigheid uit een boek. Daarom staat het hier niet.

Waarom voorklimmen pas na toprope

De cursus Indoor Voorklimmen heeft een ingangseis. Je hebt het klimvaardigheidsbewijs Indoor Toprope of vergelijkbare ervaring, en je klimt de oefenroutes soepel. De minimale leeftijd voor het KVB Indoor Voorklimmen is 12 jaar, met opzicht van een volwassene tot 16 jaar. Een kind onder de 12 jaar kan de cursus volgen als het er klaar voor is. Het krijgt het bewijs pas met 12 jaar.

De reden voor de volgorde is wat je hierboven las. Bij voorklimmen komt er veel bij. De klimmer hangt setjes in, clipt het touw en schat het valtraject in. De zekeraar geeft touw uit in plaats van het in te halen en moet een voorklimval houden. Wie zich op die handelingen moet concentreren, moet het klimmen zelf al beheersen. Daarom kiest de instructeur in de cursus routes die ruim onder je niveau liggen.

Zekeren, inbinden en de partnercheck zijn bij voorklimmen hetzelfde als bij toprope, met een paar punten erbij. Inbinden gebeurt altijd direct met de achtknoop. De eerste keus voor het zekeringsapparaat is een halfautomaat. De partnercheck controleert ook of het touw lang genoeg is voor de route. Verder controleert de partnercheck of er een knoop in het uiteinde zit en of het touw netjes is uitgelegd.

De veelvoorkomende fouten bij voorklimmen

De bond noemt de veelvoorkomende fouten bij het voorklimmen bij naam. Je hoeft ze nog niet te kunnen vermijden. Het gaat erom dat je ze kent.

Bij een kruisclip loopt het touw verkeerd om door de karabiner van het setje. Het loopt dan van voor naar achter in plaats van van achter naar voren langs de wand. Bij een val kan het touw dan uit de karabiner worden getrokken.

Overstrekt clippen is het touw in een setje hangen dat hoog boven je hangt. Daar is veel extra touw voor nodig en dat vergroot de valafstand. Het ver reiken brengt je bovendien uit balans. Je instructeur leert je op welke hoogte je een setje wel clipt.

Bij een voetfout loopt het touw achter je been of voet langs. Val je dan, dan blijft je been achter het touw haken. Je draait om en komt met je hoofd naar beneden. De bond kent ernstige brandwonden aan de benen door een voetfout. Tussen de wand en het touw hoort nooit een lichaamsdeel.

Twee andere fouten zijn een haak overslaan en een setje verkeerd in de haak hangen. Verkeerd betekent hier met de opening naar de klimrichting. Het touw kan dan bij een val de snapper openduwen.

De zekeraar is daarbij het tweede paar ogen. Hij wijst zijn voorklimmer op een voetfout of een overgeslagen haak, want de klimmer ziet dat zelf vaak niet. Hoe je een setje inhangt en clipt oefen je in de cursus eerst op de grond, dan in een toprope-route en pas dan echt.

Extra regels in de hal en de auto belay

Zo doet een hal het

Voor voorklimmen gelden in de meeste hallen extra regels bovenop het huisreglement. Een voorbeeld is Climbing Network, een keten van hallen. Climbing Network eist bij voorklimmen het KVB Indoor Voorklimmen. De zekeraar draagt dichte schoenen en het touw is minimaal 40 meter lang. Alle setjes worden geclipt. Bij het kiezen van je route sla je een omlooppunt over ten opzichte van de klimmers naast je. Dat is hoe één hal het doet. Andere hallen hebben andere regels. Vraag het bij de balie voordat je gaat voorklimmen.

De auto belay

De auto belay, een automatisch zekersysteem, is het apparaat boven in de wand dat je zekert zonder zekeraar. Het haalt de band of het touw in terwijl je klimt en laat je zakken als je loslaat. Er is geen zekeraar en dus ook geen partner die je controleert. Volgens de tabel van de bond hoort er precies die fout bij: klimmen zonder in te binden. Dat gebeurt vaak bij volautomatische zekersystemen. De controle van je eigen gordel en van de verbinding met het systeem doe je dus zelf, elke keer opnieuw. De hal legt uit hoe het systeem werkt en wat je controleert. De bond heeft er een korte cursus voor: de cursus Auto Belay van 1 contactuur, vanaf 8 jaar. De meeste hallen geven een instructie voordat je het systeem gebruikt. Zonder die instructie klim je er niet aan.

Wil je meer dan alleen deze pagina?

Deze pagina legt één onderdeel van de klimhal uit. De cursus Wegwijs in de klimhal legt alles uit in twaalf lessen, met 136 vragen met uitleg en een memokaart per les. Zo ken je de woorden, de regels en het waarom voordat je de hal in gaat.

Zestien sporten, dezelfde aanpak

Klik op een sport voor de regels, de techniek en de tactiek van die sport.