Boulderen: klimmen zonder touw boven dikke matten
Boulderen is klimmen zonder touw en zonder gordel op geringe hoogte boven dikke matten. Hieronder staat wat de norm voor de wand en de mat regelt en wat er van een beginner wordt gevraagd.
Klimmen zonder touw
Boulderen staat op zichzelf
Boulderen is geen touwklimmen zonder touw. Het is een eigen sport. Een boulder is één korte en moeilijke route van start tot top. Hij is zo gebouwd dat je er maar een beperkt aantal bewegingen voor nodig hebt. De bond vergelijkt de inspanning met de 100 meter sprint: kracht, explosiviteit en techniek in een paar bewegingen. Je klimt zonder touw en zonder gordel op geringe hoogte boven dikke matten. Omdat er geen touw is, is er ook geen zekeraar en geen partnercheck. Het risico zit niet in het touw maar in de landing. Daarom heeft boulderen eigen regels, eigen leeftijden en een eigen les.
Veel beginners starten hier, want het kan zonder cursus, zonder klimpartner en zonder bewijs. Juist daarom is het goed om te weten wat de hal van je verwacht voordat je de mat op stapt.
De boulder en de top
In de meeste hallen herken je een boulder aan de kleur van de grepen. Alle grepen van één boulder hebben dezelfde kleur. Bij de start hangt een bordje of sticker met de graad. De top is de laatste greep van de boulder. Veel hallen markeren hoe hoog je mag klimmen. Boven die markering of bovenop de wand klim je niet. Ben je boven, dan moet je ook weer naar beneden. Hoe je dat doet is het belangrijkste van deze pagina.
De wand en de mat: de norm in gewone woorden
Wat de norm regelt
Voor klimwanden bestaat een Europese norm in drie delen: EN 12572. Deel 1 gaat over klimwanden met zekeringspunten en deel 2 over boulderwanden met de veiligheidszone eronder. Deel 3 gaat over de grepen. Deel 2 is wat jou als boulderaar aangaat. Een boulderwand is hoogstens 4,5 meter hoog als je er niet overheen kunt klimmen. Kun je er wel overheen, dan is het 4,0 meter. De mat onder een wand van 4,5 meter is minimaal 300 millimeter dik, dus 30 centimeter. De mat reikt ook een stuk voorbij de wand. Bij een wand onder 3 meter is dat tot 2,0 meter vanaf het meest overhangende punt. Bij een hogere wand is het tot 2,5 meter. Die strook heet de valzone.
Een boulderwand is hoogstens 4,5 meter hoog en de mat eronder is minstens 30 centimeter dik. Dat is de norm in één zin.
De norm is in Nederland vrijwillig. Er is geen wet die hem voorschrijft. De bond noemt hem wel de maatstaf voor hoe het hoort. De SVK-richtlijn gebruikt de grens van 4,5 meter boven een valdempende ondergrond als definitie van boulderen. Hoe een hal het heeft gedaan zie je zelf: hoe hoog de wand is, hoe dik de mat en hoe breed.

Waarom de mat niet alles oplost
De mat vangt een val op maar voorkomt hem niet. De bond zet in zijn tien tips voor boulderaars het proeven van de matten vooraan. Voel voordat je begint hoe hard of zacht ze zijn, want elke hal is anders. De mat werkt alleen als je erop landt met niets en niemand tussen jou en de mat. Daarover gaan de gebruiken hieronder.
Naar beneden: afklimmen boven afspringen
Afklimmen
Afklimmen gaat boven afspringen. Wie boven is klimt het liefst weer naar beneden aan de grepen van zijn eigen boulder of van een andere. Springen van 4 meter is een val van 4 meter, elke keer weer. De hallen zetten het daarom in hun boulderregels. Climbing Network schrijft het letterlijk zo voor.
Afspringen en vallen
Soms kom je er niet omheen: je glijdt weg of je kunt niet verder. De bond zegt dat zelf dynamisch kunnen vallen belangrijker is dan een spotter die je opvangt. Daarom laten de meeste hallen een nieuwe bezoeker eerst oefenen met afspringen van geringe hoogte, ongeveer 1 meter, voordat hij hoger gaat. Het voorbeeldreglement van de bond voor boulderhallen zegt het zo. Het vraagt ook dat je nooit hoger bouldert dan de hoogte waarvan je nog beheerst kunt afspringen. Hoe je landt leer je op de mat van het personeel of in de introductieles. KLIM 58 vertelt alleen dat het bestaat en waarom.
De introductieles
Veel hallen bieden een introductieles boulderen aan en adviseren die aan iedereen die nieuw is. Daarin krijg je de uitleg over de regels van de hal, de matten, het afspringen en het landen. Climbing Network adviseert hem bij elke eerste keer. Vraag ernaar bij de balie.
De valzone en de anderen
De valzone blijft vrij
De valzone is het stuk mat onder en achter een boulderaar waar hij kan landen. Dat stuk blijft vrij van tassen, pofzakken, zittende vrienden en wachtende klimmers. Je zit, ligt of speelt niet op de matten. Dat staat in bijna elk huisreglement. De valzone blijft vrij; klim niet onder of naast een ander.
Niet onder of naast een ander
Twee boulders lopen vaak vlak langs elkaar en de ene klimmer kan in de val van de andere terechtkomen. Daarom klim je niet onder of naast iemand die al in de wand hangt. Kruist jouw boulder een andere, begin dan pas als die klimmer klaar is. Het cursusboekje van de bond zegt het voor alle klimmers: klim niet vlak boven of naast een ander. Het voorbeeldreglement vraagt dat je op je beurt wacht en afstand houdt tot wie in de wand hangt. Het noemt 1,5 meter als maat.
Spotten, en wanneer niet
Spotten is iemand opvangen bij het landen. Dat doet een maatje dat achter de boulderaar staat. Het gaat niet om vangen maar om zorgen dat de boulderaar goed op de mat landt en niet met zijn hoofd tegen iets aan komt. De bond zegt: spot waar het nodig is. Dat is vooral buiten, op echte rotsen, waar de ondergrond ongelijk is. In de hal boven een goede mat is spotten meestal niet nodig. De bond zegt erbij dat zelf dynamisch kunnen vallen belangrijker is dan een spotter. Een spotter die niet nodig is staat in de valzone vooral in de weg. Hoe spotten gaat leer je van je instructeur als je het ooit nodig hebt.
Wat je draagt en wat je afdoet
Sieraden en pofzak af
Voordat je de mat op gaat doe je je sieraden af. De bond en de hallen zijn het daarover eens. Ook de gordel gaat af als je van de touwwand komt. De pofzak is het zakje met magnesium, het poeder tegen zweethanden. Hij hangt niet op je rug. Waar de pofzak dan wel ligt verschilt. De bond zegt op de mat. Het voorbeeldreglement van de bond voor boulderhallen zegt juist niet op de mat en niet in de valzone. Je sieraden en je pofzak gaan af en de hal bepaalt waar de pofzak ligt. Vraag het bij de balie. Volgens het voorbeeldreglement gebruik je pof met mate.
Schoenen
Op de mat klim je op klimschoenen van jezelf of gehuurd. Buitenschoenen zijn op de mat niet toegestaan en klimmen op blote voeten of sokken ook niet. In huurschoenen draag je sokken. Dat staat zo in het voorbeeldreglement van de bond. Wat jouw hal vraagt hoor je aan de balie.
Kinderen, opwarmen en stoppen
Kinderen
De SVK-richtlijn zegt: kinderen tot en met 11 jaar boulderen onder begeleiding van een volwassene, vanaf 12 jaar zelfstandig. Een hal mag daarvan afwijken, en dat gebeurt. Het voorbeeldreglement van de bond laat zelfstandig boulderen toe vanaf 12 of 14 jaar. Kinderen tot 8 jaar laat het niet op de matten. Kinderen onder 14 jaar vallen buiten het actieve toezicht van de hal, zodat de ouders ze begeleiden. De bond raadt af om heel jonge kinderen te laten spelen op het deel waar volwassenen boulderen, vanwege het valrisico. Ga je met je kind, vraag dan bij de balie welke leeftijden jouw hal hanteert en blijf erbij.
Opwarmen is hier belangrijker
De bond zet het opwarmen bovenaan zijn tien tips voor boulderaars. De reden is dat de belasting bij boulderen hoger is dan bij sportklimmen. Een boulder vraagt in een paar bewegingen alles van je vingers, armen en schouders. Opwarmen is bij boulderen nog belangrijker dan bij sportklimmen. Hoe je opwarmt staat op de pagina’s Je eerste bezoek en Techniek en tactiek. Hier gaat het alleen om het waarom.
Stoppen bij pijn
De laatste tips van de bond zijn de eenvoudigste: stop bij pijn en ken het huisreglement. Blessures bij klimmen zitten meestal in schouders, ellebogen en vingers en ontstaan geleidelijk. Je voelt na het klimmen een pijn die anders is dan spierpijn. Neem die serieus en pas de belasting aan. Veel klim- en boulderhallen hebben een spreekuur van een fysiotherapeut waar je vrijblijvend langs kunt.